Bongkot Harimau

Bongkot Harimau

Pencak Silat Bongkot
Pencak Silat is de nationale zelfverdedigingsport van Indonesië en wordt als wezenlijk onderdeel van hun cultuur beschouwd. Het uitgangspunt is zelfverdedigingen het is daarom traditioneel ontwijkend. Het kan worden gesplitst in het cultuurtechnische gedeelte en het deel van de gevechtswaarde oftewel de “ALUS” (zachte weg) of de “KASAR” (harde weg). Het cultuurtechnische deel, dus het traditioneel Indonesische met muziek, wordt vaak tijdens demonstraties gebruikt. De gevechtswaarde is afgestemd op het gevecht in de pratijk en in de wedstrijden. Beide delen vormen samen het Pencak Silat, een zelfverdedigingskunst, die wordt gekenmerkt door een soepele sierlijkheid en explosieve kracht, die vooral in de prak-
tijk uitstekend kan worden toegepast. Op talloze eilanden, waaruit Indonesië bestaat, kunnen zo’n 150 verschillende stijlen worden onderscheid- en, waarvan kleine 100, door de IPSI zijn geselecteerd en geregistreerd.

PENCAK SILAT PUKULAN is de theorie en pratijk van de Indonesische zelfverdedigingskunst.
IKATAN PENCAK SILAT INDONESIA (IPSI) is de overkoepelende moederbond van de Pencak Silat stijlen

PENCAK SILAT BONGKOT “HARIMAU” is een samenbundeling van een aantal stijlen en het kuntao, waarbij de nadruk op de gevechtswaarde ligt. Het is een nieuwe gemoderniseerde stijl, aangepast aan de pratijk en als zodanig geregistreerd. De grondlegger en tevens Kepala Aliran van de Aliran Pencak Silat Bongkot “Harimau” is Henri de Thomis (geboren 12 maart 1925 en overleden op 20 januari 1993). De naamgever is de voormalig voorzitter van de IPSI, Bapak Djunaidi.

BONGKOT is de wortel en/of samenbundeling van de praktische waarden. Deze Aliran is reeds vanaf 1935
opgebouwd uit de volgende Pencak Silat Stijlen: Tjimandi, Serak, Dero Semo, Tjimonjet, Padang, Panca Bela
en het Kuntao.

HARIMAU is het ovrkoepelend stijlsymbool (tijgerkop) van deze Aliran Pencak Silat Bongkot met de betekenis: edel – majestieus – waardig – beheerst – sterk.

HARIMAU – SYMBOLISATIE:

  • Nederig (overwint trots);
  • Liefde (overwint haat);
  • Trouw (overwint verraad);
  • Volharding (overwint zwakte);
  • Kennis (overwint onwetendheid).